
Valérie Gabail
Na haar studie, gewijd aan jazz en musical, vervolgde de sopraan Valérie Gabail, haar opleiding in Parijs bij Anne-Marie Rodde en vervolgens in New York bij Lorraine Nubar. Ook nam zij deel aan talrijke masterclasses voor oude muziek, in het bijzonder in de Abbaye van Royaumont.
Al snel daarna werd zij geëngageerd door de belangrijke barokensembles van dit moment. Zij zong de rol van Mérope (Persée van Lully) in het festival d'Ambronay, de rol van Blonde (Die Entführung aus dem Sérail), en die van Drusilla. Ze trad op met Marc Minkowski in Grenoble en Parijs, ze speelde in Papagena en Pamina in het Théâtre des Champs-Elysées met Jean-Claude Malgoire, ze speelde in Sémélé van Marin Marais in Brussel met Philippe Pierlot. Ze trad op in het T.C.E onder leiding van Charles Dutoit en in de Opéra de Montpellier in La Didone van Cavalli met Christophe Rousset. Ze maakte haar debuut in de Opéra Garnier in Platée van Rameau onder leiding van Marc Minkowski.
Valérie is ook actief in de kamermuziek en als soliste. Ze was te horen tijdens talrijke festivals met een repertoire dat o.a. Bach, Mozart, Couperin en Britten omvat. Zij wordt regelmatig uitgenodigd door Les Talens Lyriques, Israël-Camerata in Jeruzalem, het Ensemble vocal van Lausanne, Les Musiciens du Louvre (Wieland Kuijken) en het Ricercar consort.
Valérie is te horen op diverse cd's, zoals in de Armide van Gluck op het label Archiv Production en in Les Pélerins au Sépulcre van J.A. Hasse, uitgebracht door Virgin Veritas, in Les Quatre Saisons van J.B. de Boismortier op het label K617 en in Une Soirée chez les Jacquin, Mozart, uitgebracht door Zig Zag Territoires.
In voorbereiding is het programma: The Fairy Queen van Purcell in Spanje met Christophe Rousset, de Mattheuspassie van Bach onder leiding van Roy Goodman en David en Jonathas van M.A. Charpentier in Parijs.
|
|